Europese clubs
Geplaatst in

Geschiedenis van Ajax Amsterdam: de club van het totaalvoetbal

Op 2 juni 1971 versloeg Ajax Amsterdam in Wembley Panathinaikos met 2-0 en won daarmee zijn eerste Europa Cup I. Op het veld regisseert een jonge man met lang haar alles vanaf elke plek op het veld: Johan Cruijff. Op de bank heeft een strenge coach zojuist een revolutionair idee aan Europa opgelegd: er zijn geen vaste posities, alle spelers vallen aan, alle spelers verdedigen. Het is Rinus Michels, en het concept heet totaalvoetbal.

Deze finale was nog maar het begin. Ajax zou tussen 1971 en 1973 drie keer op rij de Europa Cup winnen, hele generaties spelers opleiden in zijn jeugdopleiding De Toekomst, en in 1995 terugkeren naar de top van het continent met een team van onverschrokken jongeren. Dit artikel beschrijft de geschiedenis van Ajax Amsterdam, de Nederlandse club die de manier waarop over voetbal wordt gedacht volledig heeft veranderd.

De oprichting in 1900 en de eerste titels

Ajax Amsterdam werd officieel opgericht op 18 maart 1900 door een kleine groep voetbalfanaten uit Amsterdam. De naam van de club is ontleend aan de Griekse held Ajax, volgens de Ilias een van de machtigste strijders in de Trojaanse oorlog, in lijn met een trend uit die tijd waarin clubs met mythologische namen als paddestoelen uit de grond schoten. De gekozen kleuren, wit met een brede rode verticale streep, zouden gedurende de hele twintigste eeuw onlosmakelijk met de club verbonden blijven.

De eerste decennia verlopen moeizaam. Ajax wint in 1917 zijn eerste Nederlandse beker (KNVB-beker) en in 1918 zijn eerste landstitel. De club vestigt zich in Het Houten Stadion, een houten stadion dat in 1911 in gebruik wordt genomen, en verhuist vervolgens in 1934 naar het De Meer Stadion, een stadion met 29.500 zitplaatsen, ontworpen door architect Daan Roodenburgh. Ajax bleef daar meer dan zestig jaar, tot de opening van de Amsterdam ArenA in 1996, die in 2018 werd omgedoopt tot Johan Cruijff Arena.

In de eerste helft van de twintigste eeuw was Ajax een respectabele club, maar zonder Europese ambities. Pas in de jaren zestig, met de komst van een visionaire trainer, kwam er een ommekeer.

Rinus Michels en de uitvinding van het totaalvoetbal

Rinus Michels nam in 1965 de leiding bij Ajax, toen de club op het punt stond te degraderen naar de tweede divisie. Binnen enkele maanden wist hij het tij te keren en een ongekende tactische discipline door te voeren. Zijn methode was gebaseerd op één centraal idee: alle spelers moesten in staat zijn om alles te doen. Een verdediger kan mee naar voren gaan, een aanvaller kan terugkomen om de bal te veroveren, de keeper komt uit zijn doel om de bal met de voeten te spelen. Het systeem wordt één adem, een voortdurende beweging waarbij iedereen de lege positie van een teamgenoot opvult.

Deze filosofie, die later in het Nederlands „totaalvoetbal“ en in het Frans „football total“ zou worden genoemd, zorgde voor een revolutie in het Europese tactische denken. Terwijl de Italiaanse teams uitblonken in de defensieve catenaccio, streefde Ajax naar dominantie door balbezit, hoge druk en vloeiende bewegingen. De tegenstanders weten niet meer wie ze moeten dekken: bij een doelpunt van Ajax kan de vleugelverdediger heel goed in het strafschopgebied van de tegenstander eindigen.

Michels boekte meteen succes. Ajax wint het Nederlands kampioenschap in 1966, 1967, 1968 en 1970. Maar bovenal begint de club naam te maken op het Europese toneel, met een verloren finale in de Europa Cup tegen AC Milan in 1969. De methode is bewezen. Het ontbreekt nog aan de Europese titel, die twee jaar later zal volgen.

Johan Cruijff, legende van Ajax
Johan Cruijff, legende van Ajax

Johan Cruijff, het genie met rugnummer 14

Het totaalvoetbal heeft een brein nodig om op het veld te kunnen functioneren. Dat wordt Johan Cruijff. Hij wordt op 25 april 1947 in Amsterdam geboren en groeit op een paar honderd meter van het De Meer Stadion op. Als kind komt hij bij de jeugdopleiding van Ajax, maakt op 15 november 1964 zijn profdebuut en scoort in een paar jaar tijd 193 doelpunten in 245 wedstrijden tijdens zijn eerste periode bij de club.

Cruyff is geen klassieke spits. Hij speelt als ‘valse nummer negen’ nog voordat die term bestaat, zakt door naar het midden om de bal op te halen, bepaalt het tempo en zet zijn medespelers in beweging. Zijn tactisch inzicht is zo groot dat Michels publiekelijk erkent dat het totaalvoetbal werkt omdat Cruyff het op het veld belichaamt. Het rugnummer 14 dat hij draagt, wordt legendarisch: het is tot op de dag van vandaag het enige rugnummer dat door de club is teruggetrokken.

Cruyff won drie Ballons d’Or (1971, 1973 en 1974) en drie Europa Cups met Ajax, en stapte in 1973 over naar FC Barcelona voor 6 miljoen gulden, wat destijds neerkwam op ongeveer 2 miljoen dollar – een recordtransfer. Het vervolg van het avontuur in Barcelona wordt verteld in ons dossier over Cruijff bij FC Barcelona, waar de speler al in zijn eerste seizoen de titel won.

Drie opeenvolgende Europese bekers (1971-1973)

Tussen 1971 en 1973 werd Ajax de heerser van Europa. De eerste Europa Cup werd op 2 juni 1971 in Wembley gewonnen, tegen Panathinaikos uit Athene (onder leiding van Ferenc Puskás). De eindstand is 2-0, met doelpunten van Dick van Dijk in de vijfde minuut en Arie Haan in de 87e minuut. De 83.179 toeschouwers zijn getuige van een Nederlands tactisch hoogstandje.

Het jaar daarop, in 1972, prolongeerde Ajax zijn titel door Inter Milaan in Rotterdam met 2-0 te verslaan, dankzij twee doelpunten van Cruijff. Dit was de symbolische triomf van het totaalvoetbal over de Italiaanse catenaccio. In 1973 volgt de derde opeenvolgende titel, met een 1-0 overwinning op Juventus in Belgrado, dankzij een doelpunt van Johnny Rep. Drie Europese bekers op rij, een prestatie die alleen het Real Madrid van eind jaren vijftig en het Bayern München van de jaren zeventig voor of na hen hebben neergezet.

Dit team bestaat uit spelers die legendarisch zijn geworden: Cruijff, Johan Neeskens, Ruud Krol, Johnny Rep, Arie Haan, Piet Keizer, Gerrie Mühren, en niet te vergeten doelman Heinz Stuy. Velen van hen zouden later de ruggengraat vormen van het Nederlandse elftal dat in 1974 de finale van het WK haalde, met Michels als bondscoach. Ajax heeft zo zijn model naar het hoogste internationale niveau geëxporteerd.

De Toekomst, de talentenfabriek

Naast de prijzen heeft Ajax wereldwijde bekendheid verworven dankzij zijn jeugdopleiding, genaamd De Toekomst. Het opleidingscentrum, gelegen vlakbij de Johan Cruijff Arena, hanteert een filosofie die rechtstreeks van Cruijff zelf is overgenomen: techniek boven alles, spelinzicht en veelzijdigheid op de verschillende posities. De jonge talenten doorlopen een traject van acht tot tien jaar voordat ze bij het eerste elftal komen.

De lijst met spelers die De Toekomst heeft voortgebracht, is duizelingwekkend. Marco van Basten, Frank Rijkaard, Dennis Bergkamp, Edwin van der Sar, Patrick Kluivert, Clarence Seedorf, Edgar Davids, Wesley Sneijder, Rafael van der Vaart, Christian Eriksen, Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt: ze zijn allemaal begonnen in de jeugdopleiding van Ajax, voordat ze uitgroeiden tot sterren bij de grootste Europese clubs. Geen enkele andere jeugdopleiding ter wereld heeft over zo'n lange periode zoveel spelers van wereldklasse voortgebracht.

Dit opleidingsbeleid heeft een commerciële keerzijde. Ajax verkoopt regelmatig zijn beste spelers aan rijkere clubs, waardoor de club er niet in slaagt om op lange termijn een team op Europees topniveau samen te stellen. Maar datzelfde beleid zorgt voor inkomsten voor de club en stelt haar in staat om te blijven investeren in de jeugdopleiding, in een cyclus die al vijftig jaar aanhoudt.

De Johan Cruijff Arena in Amsterdam
De Johan Cruijff Arena in Amsterdam

Louis van Gaal en de generatie van 1995

De terugkeer van Ajax naar de Europese top is te danken aan Louis van Gaal, een trainer die is opgeleid in de Nederlandse school en in 1991 aan het roer van het eerste elftal kwam te staan. Zijn methode is strenger dan die van Michels, maar past in dezelfde traditie: balbezit, pressing, collectief spel. Van Gaal steunt op een uitzonderlijke generatie afkomstig uit De Toekomst, aangevuld met enkele zorgvuldig geselecteerde buitenlandse spelers.

Het hoogtepunt kwam in 1995. Ajax sloot het Eredivisie-seizoen af zonder ook maar één nederlaag, een unieke prestatie. In de finale van de Champions League op 24 mei 1995 in Wenen versloeg Ajax AC Milan, de tweevoudig titelverdediger, met 1-0. Het doelpunt wordt in de 85e minuut gescoord door de 18-jarige Patrick Kluivert, die kort daarvoor was ingevallen. Het is de vierde Europese titel voor de club en de symbolische terugkeer van de Ajax-filosofie op het hoogste niveau.

De opstelling voor deze finale bestaat uit Van der Sar, Reiziger, Blind, Rijkaard, Frank de Boer, Seedorf, Davids, Litmanen, George, Finidi en Overmars, met Kluivert en Kanu als wisselspelers. Een mix van jong talent en ervaren spelers, voortgekomen uit het werk van De Toekomst. Ajax bereikte in 1996 opnieuw de finale, die na strafschoppen werd verloren van Juventus, waarna vrijwel de hele generatie geleidelijk naar buitenlandse competities vertrok.

De identiteit van Ajax: een club die eerst opleidt en dan pas wint

Ajax begrijpen betekent een bijzonderheid accepteren: de club redeneert niet zoals Real Madrid of Bayern München. Het doel van de club is niet alleen het winnen van directe trofeeën, maar ook het ontwikkelen en uitdragen van een bepaalde visie op voetbal. Deze visie wordt soms het 'Ajax-DNA' genoemd, soms de 'Nederlandse school', en is via de in Amsterdam opgeleide spelers en trainers doorgedrongen in vrijwel alle grote Europese clubs.

Het moderne FC Barcelona, dat tussen 1988 en 1996 door Cruyff als trainer opnieuw werd opgebouwd, heeft veel te danken aan deze Ajax-filosofie. Het Catalaanse Dream Team uit de jaren 90, dat we beschrijven in ons artikel over het Dream Team van Cruijff bij FC Barcelona, is een directe vertaling van totaalvoetbal in Blaugrana-stijl. La Masia, de jeugdopleiding van FC Barcelona, is opgebouwd met openlijke inspiratie van De Toekomst.

Pep Guardiola, die zelf op La Masia is opgeleid, zet deze traditie voort bij Manchester City. Erik ten Hag, Frank de Boer, Marc Overmars, Edwin van der Sar: bijna alle voormalige Ajax-spelers bekleden tegenwoordig leidinggevende functies of zijn actief als trainer in het Europese voetbal. De Amsterdamse club is een school geworden in de ware zin van het woord: een plek waar men een methode leert, die vervolgens overal naartoe wordt geëxporteerd.

Ajax, winnaar van de Champions League 1995
Ajax, winnaar van de Champions League 1995

Ajax vandaag: erfgoed en uitdagingen

Het huidige Ajax speelt in de Johan Cruijff Arena, een stadion met 55.865 zitplaatsen dat in 1996 werd geopend onder de naam Amsterdam ArenA en in 2018 werd hernoemd ter ere van de nummer 14. De club heeft in totaal 36 Nederlandse landstitels (nationaal record) en 20 Nederlandse bekers op zijn naam staan. Vanaf het seizoen 2025-26 heeft Ajax trouwens zijn klassieke logo uit 1928 weer ingevoerd, na 34 jaar een gemoderniseerde versie te hebben gebruikt. Een terugkeer naar de bron die veel zegt over de gehechtheid van de club aan zijn wortels.

Op Europees niveau blijft de uitdaging groot. Door de financiële kloof met de grote Engelse, Spaanse, Duitse en Italiaanse competities wordt het steeds moeilijker om de beste spelers die bij de club zijn opgeleid te behouden. Europese hoogstandjes blijven eenmalig, zoals de halve finale van de Champions League 2018-19, waarin een zeer jong team onder leiding van De Ligt en De Jong Real Madrid uitschakelde, alvorens op wrede wijze te stranden tegen Tottenham.

Toch blijft Ajax een uniek fenomeen in het Europese voetbal. Als je meer wilt weten over andere grote Europese clubs, kun je ook ons artikel over het 120-jarig bestaan van Real Madrid lezen. En met de Ajax Amsterdam-collectie in de winkel kun je de stijl van de wit-rode shirts herontdekken die al die decennia lang zo geliefd zijn geweest.

Wat je moet onthouden

  • Ajax Amsterdam werd opgericht op 18 maart 1900; de naam is ontleend aan de Griekse held Ajax uit de Ilias.
  • Rinus Michels, trainer van 1965 tot 1971, bedacht het totaalvoetbal: alle spelers bekleden alle posities, afhankelijk van de spelontwikkeling.
  • Johan Cruijff, die bij de club is opgeleid, is daar op het veld de belichaming van en wint drie Ballons d’Or (1971, 1973, 1974).
  • Ajax wint in 1971, 1972 en 1973 drie keer op rij de Europa Cup, tegen Panathinaikos, Inter Milaan en Juventus.
  • De jeugdopleiding De Toekomst heeft spelers als Van Basten, Bergkamp, Van der Sar, Kluivert, Seedorf, Sneijder, De Jong en De Ligt voortgebracht.
  • In 1995 won Ajax onder leiding van Louis van Gaal zijn vierde Champions League-titel tegen AC Milan (1-0, doelpunt van Kluivert).
  • De club speelt tegenwoordig in de Johan Cruijff Arena (55.865 zitplaatsen), die in 2018 is hernoemd ter ere van zijn meest iconische speler.

Meer informatie

De geschiedenis van Ajax is onlosmakelijk verbonden met die van het Nederlandse voetbal en zijn Europese vertakkingen. Om hier dieper op in te gaan, raden we u onze artikelen aan over Johan Cruijff bij FC Barcelona, over het Dream Team van Cruijff als trainer bij Barça – dat een directe voortzetting vormt van het totaalvoetbal – en over de volledige geschiedenis van Real Madrid, de andere voetbalgigant in Europa in de jaren 1950-1970.

Veelgestelde vragen

Wanneer is Ajax Amsterdam opgericht?

Ajax werd officieel opgericht op 18 maart 1900 in Amsterdam. De naam verwijst naar de Griekse held Ajax, volgens de Ilias een van de sterkste strijders in de Trojaanse oorlog, in een tijd waarin het in de mode was om voetbalclubs namen uit de mythologie te geven.

Hoeveel Europese bekers heeft Ajax gewonnen?

Ajax heeft vier keer de Europa Cup I of Champions League gewonnen: in 1971, 1972 en 1973 onder leiding van Rinus Michels met Cruijff, en vervolgens in 1995 onder leiding van Louis van Gaal met de generatie Kluivert, Seedorf en Davids.

Wat is het totale voetbal dat door Ajax is uitgevonden?

Het totaalvoetbal is een tactische filosofie die Rinus Michels vanaf 1965 bij Ajax introduceerde. Alle spelers bekleden achtereenvolgens alle posities, afhankelijk van het collectieve spel: een verdediger kan naar voren schuiven, een aanvaller naar achteren, in een voortdurende vloeiende beweging die het Europese voetbal radicaal heeft veranderd.

Welke topspelers zijn er uit de jeugdopleiding De Toekomst gekomen?

De Toekomst heeft onder andere Johan Cruijff, Marco van Basten, Frank Rijkaard, Dennis Bergkamp, Edwin van der Sar, Patrick Kluivert, Clarence Seedorf, Edgar Davids, Wesley Sneijder, Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt opgeleid. Geen enkele andere jeugdopleiding ter wereld kan over een vergelijkbare staat van dienst beschikken over een dergelijke periode.

Waarom heet het stadion Johan Cruijff Arena?

Het stadion werd in 1996 geopend onder de naam Amsterdam ArenA en kreeg in 2018 de nieuwe naam Johan Cruijff Arena, als eerbetoon aan de meest iconische speler van de club, die in maart 2016 overleed. Het stadion biedt plaats aan 55.865 toeschouwers, en het rugnummer 14 dat Cruijff droeg, is nog steeds het enige rugnummer dat door Ajax uit de roulatie is gehaald.

Heeft dit verhaal je zin gegeven om het shirt te dragen?

De Ajax Amsterdam-collectie is volledig verkrijgbaar in onze winkel: het witte thuisshirt met rode streep, het uitshirt, het derde tenue en de retro-shirts die herinneren aan de glorietijden van de club, van het Cruyff-tijdperk tot de generatie van 1995.

Bekijk alle shirts van Ajax Amsterdam →

Bestsellers:
WINKELMANDJE 0
RECENT BEKEKEN 0